Therapie via het lichaam

Bij Semmi werken we via het lichaam. Niet omdat praten niet helpt, maar omdat bewegen en ervaren vaak sneller bij de kern komen. Via werkvormen in de gymzaal oefenen we met een andere manier van reageren. In beweging wordt zichtbaar wat er van binnen speelt. Boosheid, spanning, angst of somberheid.

Veel kinderen en jongeren voelen dit wel, maar kunnen het nog niet onder woorden brengen. De therapeut helpt woorden en betekenis te geven aan gevoel en gedrag dat zichtbaar wordt in de therapie. Kinderen en jongeren leren zo signalen herkennen, oefenen nieuw gedrag en groeien in zelfvertrouwen.

Pijltjes naar beneden

We betrekken ouders

Wat je bij ons leert, moet ook thuis werken. Daarom betrekken we ouders altijd. Wat helpt jullie kind? Wat werkt thuis? Soms gaan jullie als gezin samen de gymzaal in. Want verandering blijft pas echt als de omgeving meebeweegt.

Psychomotorische therapie en dans- en bewegingstherapie

Onze therapeuten zijn opgeleid als psychomotorisch therapeut (PMT) of dans- en bewegingstherapeut (DBT). Ze werken dichtbij gezinnen, met aandacht en vertrouwen.

Wanneer is PMT of DBT passend?

Sommige ervaringen zijn moeilijk onder woorden te brengen, maar worden voelbaar in het lichaam. Kinderen en jongeren hebben soms nog niet de taal voor wat er van binnen speelt. Wat ze voelen, uiten ze in gedrag. Bewegen en ervaren gaan vaak vooraf aan praten. Door te doen en te voelen kom je dichter bij de kern.

Dat helpt bij:

  • boosheid, angst of spanning
  • weinig zelfvertrouwen of een negatief zelfbeeld
  • sombere gevoelens
  • afstemmen op de ander
  • impulscontrole
  • grenzen niet voelen of niet durven aangeven
  • ongemak in het eigen lijf
  • spanning tussen ouder en kind

Hoe ziet een sessie bij Semmi eruit?

Hieronder volgen vier voorbeelden

Impulscontrole


De uitleg

Ada legt uit: loop zo snel mogelijk heen en weer over de bank. Val je zelf? +5 seconden. Valt er iets af? +2 seconden. Noah staat al halverwege de bank terwijl ze nog aan het uitleggen is.

Eerste poging: vol gas

Noah gaat. Snel, zonder na te denken. Er vallen spullen. Hij valt er zelf ook af. Eindscore: 54 seconden. Ada vraagt rustig: "Denk je dat je dit kan verbeteren?

Tweede poging: voorzichtiger

Noah probeert het opnieuw, nu wat rustiger. Er valt minder. Score: 47 seconden. Beter. Maar Noah kijkt naar die ene hoge pion en begint na te denken.

Het slimme plan

Noah bedenkt iets: als ik die hoge pion er zelf af gooi, kost me dat 2 seconden, maar daarna loop ik véél sneller door. Hij voert het plan uit. Score: 35 seconden. Zijn beste tijd.

Het inzicht

Noah en Ada praten na. Noah beseft het zelf: eerst denken, dan doen: dat levert echt iets op. Ze bespreken samen: waar kan dit ook helpen? Als iemand iets vervelends zegt. Als een som niet lukt. Dat gaat hij de komende week uitproberen.

Spanning voelen


Wat voel je nu?

Marlou draait een groot touw in rondjes. Voordat Ilse ook maar één stap zet, vraagt Marlou: wat merk je in je lichaam? Wat denk je? Ilse beschrijft trillende benen, kriebels in haar buik, een snelle adem. En de gedachte: "Dat touw mag echt niet tegen mijn hoofd aan komen."

Eerst de spanning verlagen

Marlou benoemt het: dit zijn signalen van spanning. Is het dragelijk, of wil je eerst iets doen? Ilse kiest voor dat laatste. Ze doen samen een ademhalingsoefening. Ilse merkt hoe haar hartslag langzaam rustiger wordt.

Het lukt

Ilse loopt onder het touw door. Het touw raakt haar niet. Het lukt en door herhaling worden de lichaamssignalen steeds minder heftig. Ze merkt: ik heb meer controle over mijn spanning dan ik dacht.

Het oude patroon komt terug

Dan vraagt Marlou een blinddoek om te doen. Ilse schrikt. Direct zijn ze er weer: de trillende benen, de angstige gedachten, de spanning die de overhand neemt. Het oude patroon, gewoon terug. Marlou: dat is logisch. Dat geeft niet.

Een grens voelen is ook een inzicht

Ilse besluit: de blinddoek doet ze vandaag nog niet om. Dat voelt te veel. En dat is oké. Ze verlaat de gymzaal met een dubbel inzicht: soms kan ik spanning verdragen en durven en soms voel ik dat het te veel is, en kan ik daar een grens in aangeven.

Omgaan met frustratie


De verwachting

Lavina legt de oefening uit: iedereen mag 10 keer mikken op de basket. Maar eerst vraagt ze aan iedereen: hoeveel keer denk jij te raken? De kinderen schatten zichzelf in. Mo zegt vol vertrouwen: "8 van de 10."

Het gaat mis

Mo gooit. De eerste bal gaat raak, maar de tweede mist. En de derde ook. Mo pakt de bal steeds sneller op. Zijn bewegingen worden gehaaster. De spanning loopt op. Hij móet het nu goedmaken.

De frustratie neemt over

Mo kijkt om zich heen. Zien ze dat hij faalt? Vinden ze hem een sukkel? Hij is alle motivatie kwijt, het doel is toch niet meer haalbaar. Hij gooit nog vijf keer, gefrustreerd, en raakt er maar twee. Binnenin voelt hij zich alleen maar slechter.

Samen nabespreken

Lavina bespreekt na met de groep. Wat voelde je in je lichaam? Wat gebeurde er met je techniek? Welke gedachten kwamen op en hielpen die? Iedereen herkent het. De spanning, de negatieve gedachten, het opgeven. Het was niet alleen Mo.

Zelf iets veranderen

Iedereen mag het opnieuw proberen, maar nu met een eigen aanpak. De een doet eerst een ademhalingsoefening. Een ander legt de lat wat lager. Iemand gooit van dichterbij. Het gaat niet om de perfecte oplossing, maar om de ervaring: ik kan zelf iets doen. En die ervaring nemen ze mee naar huis. De opdracht voor de week is om dit minstens één keer te gebruiken in het echte leven.

Leiden en volgen


Leiden en volgen met afspraken

Nadia en Helena staan tegenover elkaar, handen tegen elkaar aan. Helena bepaalt steeds duidelijk wie leidt en wie volgt. Nadia begrijpt het meteen; ze leidt, ze volgt, en ze heeft er plezier in. Dit gaat goed.

Zonder afspraken: het stokt

Dan vervallen de regels. Geen afspraken meer over wie leidt. Nadia weet niet waar ze op moet letten. De beweging hapert. Het voelt ongemakkelijk. Dit is precies hetzelfde gevoel als bij het samenspelen met vriendinnen en ze weet nu ook waarom.

Rug aan rug

De tweede oefening: samen op de grond, rug aan rug. Ze wiegen heen en weer. Helena legt uit: op een gegeven moment vallen we samen naar één kant. Wanneer? Hoe? Dat weet je niet van tevoren.

Controle loslaten is moeilijk

Nadia houdt vast. De onzekerheid over het moment van vallen maakt haar onrustig. Ze wil het controleren, maar dat kan niet. Helena benoemt het niet, ze laat het gewoon bestaan. Dit is het gevoel dat ze samen gaan oefenen.

Stap voor stap leren loslaten

Helena besluit: geen analyse, maar ervaring. De komende weken gaan ze dit stapsgewijs herhalen in een veilige omgeving, met kleine oefeningen. Zodat Nadia aan den lijve ontdekt: loslaten kan gewoon. En soms, als een ander je opvangt, voelt het zelfs fijn.

Samen werken in groepen

Onderzoek* bevestigt wat wij dagelijks zien: kinderen en jongeren leren bij uitstek van en met leeftijdsgenoten. Die kracht benutten we bewust.
In een groep bij Semmi ervaar je:

  • 
Herkenning: je ziet dat je niet de enige bent
  • Leren van elkaar: je ontdekt wat bij een ander werkt, en wat voor jou werkt
  • Oefenen in het echt: samenwerken, grenzen aangeven, reageren op elkaar
  • Veilige plek: je mag proberen en fouten maken, met hulp van een therapeut

Precies wat ook op het schoolplein, in de klas of thuis aan tafel gebeurt.

*literatuurreferenties:
Arnold, R.A., Burlingame. G.M., & Rosendahl, J. (2024). Group therapy for youth behavioral concerns: A meta-analysis. Group Dynamics: Theory, Research and Practice, 28 (3), 228-240.
Hoag, M.J & Burlingame, G.M. (1997). Evaluating the effectiveness of child and adolescent group treatment: a meta-analytic review. Journal of clinical child psychology, 26 (3), 234-246.

PMT en DBT: twee specialismen, één fundament

Bij Semmi werken we met twee specialismen: psychomotorische therapie (PMT) en dans- en bewegingstherapie (DBT). De overlap is groot: ervaringsgericht werken, in het hier en nu, in contact. Geen gesprekskamer of vragenlijsten, maar doen en ervaren. Kinderen en jongeren krijgen via spel en beweging meer inzicht in hun gevoelens, gedachten en acties. Wat doe je als het spannend wordt? Wat helpt om grip te krijgen? In beweging ontdek je nieuwe manieren van reageren.

PMT

Bij PMT staan spel, beweging, gedrag en emoties centraal. We werken met oefenvormen die je herkent vanuit de gymles of van het buitenspelen.

DBT

Bij DBT draait het om betekenis geven aan een beweging. Hoe voelt het in je lijf? En wat zegt het? Klopt dat met elkaar en wat zou je nog meer kunnen doen? De werkvormen herken je uit dans- en expressie lessen.

Als een kind of jongere bij Semmi start, kijken we wat het beste past: locatie, expertise en wat aansluit bij jullie kind. Die keuze maken we bewust en op maat, samen met alle betrokkenen.